Lezen
Met lezen valt het wel mee. Ik word meestal voorgelezen in de klas; mentor en docenten lezen voor. Als ik thuis lees soms, neem ik rust om me heen. Moet ik me wel concentreren. Met zinnen maken, soms begrijp ik het niet zo goed.
Kranten vind ik soms wel wat moeilijk om te begrijpen, maar boeken niet. Ja, zodra ze leuk zijn, lees ik ze. Maar dan moet ik altijd beginnen in een boek, maar als ik dan een boek pak die niet leuk is, dan heb ik een paar maanden denk dat ik niet wil.
Ik vond vroeger lezen ook heel moeilijk en schrijven. Nu kan ik lezen, maar geen boek, want dan ben ik op de eerste bladzijde en dan weet ik niet meer waar het over gaat. Daar heb ik geen zin in. Ik ga niet voor een ander lezen, als ik daar geen zin in heb.
Ik vind lezen heel leuk om te doen.

(c)2010 Abigail Beverly
Als het gewoon maar een beetje duidelijk Nederlands is, dan lukt het wel. En verder moet het wel gewoon goed met alinea’s enzo staan, want als ik een hele lap tekst krijg dan raak ik vaak ook wel een beetje in paniek. Dan denk ‘k van: ‘o, wat moet ik hiermee?’
Lezen heb ik opgegeven, als echt heel veel woorden staan zoals een boek. Dan heb ik een deel van een boek gelezen, maar de volgende dag weet ik al niet meer waar het over ging. Maar als gewoon tekst en plaatje staan, dan weet ik het in één keer.
Mijn zwaktepunt zit bij het lezen. Ik lees gewoon heel langzaam. En schrijven gaat op zich nog wel, want ik kan op zich wel logisch nadenken en dan zie ik wel verbanden tussen de woorden van: ‘o, dit woord lijkt daar op, dat zal je vast wel zo moeten schrijven’. En dan kom ik er vaak wel uit. En vaak gewoon kijken naar het woord van: vind ik het staan ja, of nee.

Een boek lezen, dat is gewoon.. geen.. begrijpt het al bijna al vijf bladzijdes, heb ik het verhaal al weg. Moet ik steeds opnieuw gaan lezen dat wil ik gewoon niet.
Als het gewoon echt in een hele lange zin staat, en dan ben ik alweer de helft alweer vergeten wat in die zin stond. Dan moet ik het gewoon een paar keer overlezen ja en dan.. en dan zie ik het vanzelf wel.
Ik heb ook dyslexie. Maar ik lees heel vaak de krant gewoon. En dan kom ik die woord erop, en dan als .. als je ‘t echt niet weet, vraag je het gewoon aan mijn ouders, aan mijn broer. En dan vertel ik ze het, en dan weet ik het gewoon.
Ik lees elke avond en dan lees ik meestal nog een keer de boek en dan snap ik het veel beter. Dus ik lees eigenlijk een boek die ik krijg 2, 3, 4 keer zelfs. Om het te snappen maar ook omdat het leuke boeken zijn.
Lezen is moeilijk. Daarom ik probeer altijd makkelijke boeken te lezen om te begrijpen, maar als ik moeilijke woorden zie, probeer ik te opschrijven en anderen vragen, maar dat lukt ook niet zoveel om hele boeken te opschrijven. Dus kan ze beter voorlezen geworden, dan ik zelf de lees, dus.
Sommige schoolboeken zijn moeilijk, maar sommige heb je ook heel veel moeilijk woorden.
En als je niet begrijpt, dan pak ik gewoon nieuwe boek en probeer ik wel te begrijpen.
Soms dan lees ik het verkeerd, of ik lees ‘niet’ niet, of dat soort dingetjes. Of ik lees het wel, maar wat er nou staat, dat weet ik niet. En als iemand dan voorleest dan denk ik van: ‘o, dat bedoelen ze’. Welke klemtoon, waar je ‘m moet zetten, en dat soort dingen. Dat maakt ook nog wel uit.
Ondertiteling op de televisie kan ik nu wel volgen, maar vroeger niet. Dat ging veel te snel. Nu heb ik er hard op geleerd. Ik kan het soms niet allemaal lezen, maar ik begrijp het goed.
Ondertiteling gaat soms wel eens iets te snel ofzo, dan.. zeggen ze bijvoorbeeld iets heel snel, en dan staat het heel eventjes en dan gaat het alweer weg, en dan denk ik van: ‘ja, da ‘k heb ‘t niet gelezen!’
De ondertiteling gaat meestal heel snel, maar ik kan wel stukjes lezen.
Moeilijke woorden kan ik opzoeken, maar in woordenboeken zijn ook niet zo duidelijk aangegeven sommige. Maar ik vraag wel aan de juffrouw, maar dan ben ik weer vergeten, dus.. moet ik weer opsla, ik ga even zoeken en dat duurt ook even.
Vroeger kon ik helemaal niet lezen, dan las ik een bladzijde en dan had ik geen idee wat ik eigenlijk had gelezen. Dus dan wordt lezen heel saai. Na een tijdje begon ik wel te gokken wat voor woord zou komen. Dat heb ik eigenlijk moeten afleren, want ik gokte dus ook heel vaak verkeerd, en dan klopt het niet meer.
Lezen is vooral een probleem met snappen om te lezen. Soms werd het op school wel voorgelezen en soms las ik het zelf voor mezelf hardop en dat hielp ook wel eens.
