SPRAAKSAAM groeit!
Het nieuwe jaar is goed begonnen. SPRAAKSAAM heeft elf vaste deelnemers en een twaalfde wil in het vervolg ook graag bij onze bijeenkomsten zijn.
Inge en Jet gaan op drie scholen voorlichting geven over SPRAAKSAAM en misschien melden zich dan nog meer jongeren aan.
Op 15 januari vond onze vierde bijeenkomst plaats, in Utrecht op loopafstand van het station.
Herkenbaar aan haar zwarte paraplu wacht Inge in de hal van het station de jongeren (en drie moeders) op die met de trein komen. Samen lopen ze naar de Kargadoor, een oud gebouw aan de gracht waar we terecht kunnen in een iets te klein zaaltje.
De drie moeders gaan samen koffie drinken en daarna uit shoppen. Hun zoon en dochters gaan aan het werk.
Er zijn twee nieuwe gezichten en acht bekende.
Rob Zwitserlood is ambulant begeleider bij Auris en hij komt de power point presentatie laten zien die hij gebruikt om docenten in het reguliere onderwijs uit te leggen wat ESM is.
Omdat de beamer het niet doet, neemt Rob met zijn laptop plaats op de plek van de beamer en gaat de hele groep om hem heen zitten.
Rob vertelt over problemen waar veel kinderen met ESM mee te maken krijgen. Aan de hand van de dia’s en filmpjes waarin kinderen met ESM aan het woord komen, ontstaat er een geanimeerd gesprek over wat het betekent om ESM te hebben.
Een paar reacties van jongeren.
Lezen
Als ik een blad gelezen had (uit een boek), wist ik het niet meer.
Emoties
Ik word ook snel boos of juist heel verdrietig. Doordat het vermoeiend is als je de hele dag moeite moet doen om te volgen waar het over gaat en te uiten wat je wilt.
Ik kon m’n gevoel niet uiten.
Als ze me niet begrijpen, dan houd ik me wel stil, dan hoef ik ook mijn best niet te doen.’
Auditieve verwerking
Met een beetje lawaai kan ik alles minder goed verstaan.
Als ik met één ben kan ik het volgen, anders niet.
Als ik het op school niet kon volgen dachten ze dat ik niet geïnteresseerd was.
Woordvinding
Soms weet je een woord wel, maar kan je het niet zeggen.
Ik maak hele lange zinnen om het woord heen dat ik niet weet. Er omheen praten.
Als je niet weet wat een woord betekent, heb je niks aan een woordenboek. Want bij welke letter kijk je dan? Vaak staan er dan ook weer andere woorden die je niet begrijpt. Opzoeken op internet is veel handiger.
Leren
Verhaalsommen zijn stom!
Verkeer is makkelijk te leren, daar zijn plaatjes bij.
Kleurtjes in een tekst maken het ook makkelijker om iets te lezen.
Meedoen, schaamte en eenzaamheid
Je kunt als je ESM hebt minder meedoen. Want als je wat wil zeggen, dan hebben zij weer een ander onderwerp.
Ik schaam me soms als ik niet op een woord kan komen.
In ’t begin schaamde ik me eigenlijk helemaal niet. Dat kwam pas toen ik de reality in ging.
Ik schaam me niet voor ESM. Het is gewoon zo.
Als ik niet uit m’n woorden kan komen, dan stop ik gewoon. Anders maak ik mezelf alleen maar verder kapot.
Ik ben wel eenzaam. Niemand die me echt gaat opbellen van ‘hé, zullen we iets gaan doen?’
Hoe kunnen leerkrachten helpen?
Korte uitleg geven
Informatie aan andere betrokkenen geven over ESM
Begrip, geduld, respect tonen
Niet kleiner maken dan het is, serieus nemen
Na de lunchpauze praten we over de film die we gaan maken. Bijna iedereen brengt ideeën in.
De film is bedoeld voor iedereen, want iedereen kan te maken krijgen met iemand die ESM heeft.
Wat mensen moeten zien en voelen, is hoe het is om ESM te hebben. En dan gaat het om het niet begrepen worden en om het niet begrijpen.
Het moet grappig zijn en de kijker moet zich kunnen verplaatsen in iemand met ESM.
- Dat kan bijvoorbeeld door te overdrijven of een soort omgekeerde wereld te laten zien, waarin mensen op het verkeerde been worden gezet en daardoor zelf ervaren wat het betekent om iets niet te begrijpen of niet begrepen te worden.
- Dat kan bijvoorbeeld door een onbegrijpelijke tekst te laten zien of een taal te laten horen die niemand kent met zo af en toe een Nederlands woord erin.
- Of heel veel ruis laten horen terwijl iemand praat.
- Je kan ook iemand vragen om te praten met een voorwerp in zijn mond of laten zien wat iemand denkt terwijl je laat horen wat er uitkomt.
- Ook kan je een rumoerige omgeving laten zien met daarin iemand met ESM bij wie stoom uit de oren komt of de hersenen exploderen.
Er moet benadrukt worden dat je niet aan iemand kan zien dat hij of zij ESM heeft.
- Heleboel mensen in beeld en dan de vraag: wie heeft ESM? Later een pijltje naar één persoon.
Je kan ook uitleggen wat ESM is door verschillen te laten zien.
- Bijvoorbeeld iets vragen aan iemand zonder ESM en aan iemand met ESM: wat is het verschil?
Door de film moeten mensen gaan begrijpen waarom iemand met ESM soms heel boos wordt of juist heel stil.
In straatinterviews kan aan mensen worden gevraagd of ze weten wat ESM is.
Een paar jongeren noemen een reclame van een datingbureau als goed voorbeeld. Is die reclame op Youtube te vinden?
Op 26 februari gaan we een script maken voor de film. Hetty Kleinloog die schrijft voor ONM en Spangas, komt ons helpen.
